Beelden van een andere werkelijkheid – Altaren in het World Trade Center...

Beelden van een andere werkelijkheid – Altaren in het World Trade Center in historisch perspectief

INLEIDING [1] Hanneke de Munck definieert de door haar in samenwerking met andere kunstenaars gemaakte, moderne altaarstukken als volgt: ‘Het altaarstuk is een ruimtelijk object, drager van verbeeldingen van heelheid. Het creëert een speciale plek. De altaarstukken van dit project zijn opgedragen aan zaken die voor ons de hoogste menselijke waarden vertegenwoordigen. De samenwerking van kunstenaars speelt bij het ontstaan een belangrijke rol.’

Zij liet zich voor dit bijzondere project onder meer inspireren door middeleeuwse altaarstukken ofwel retabels in Slowakije, zoals in de St. Jakobskathedraal in e o a (Leutschau). Deze gotische kerk heeft een buitengewoon rijk interieur, met altaarstukken uit verschillende perioden: Middeleeuwen, barok en neogotiek. [2] Het indrukwekkendste is het retabel op het hoogaltaar, gemaakt door de beeldhouwer Meester Paul rond 1510.

 

Hoogaltaar (foto website Rudolf Kukura)
Hoogaltaar (foto website Rudolf Kukura)

 

Dit retabel, met een hoogte van maar liefst 18,62 m, het hoogste ter wereld, bestaat uit een sokkelzone of predella, een middenbak, die gesloten kan worden met twee vleugels en een hoge architectonische, opengewerkte bekroning of ‘Gespreng’. Het altaar waar het retabel op staat is gewijd aan de apostel Jacobus de Meerdere, de beschermheilige van de kerk en de stad. In de predella zijn beelden van Christus met zijn apostelen aan het Laatste Avondmaal aangebracht. Het retabel is voorzien van dubbele luiken, aan de buitenzijde beschilderd, aan de binnenzijde voorzien van gebeeldhouwde reliëfs, met scènes uit het leven van Christus en de apostelen. In de middenbak staan sculpturen van Maria met kind geflankeerd door Jacobus de Meerdere en Johannes de E angelist. In het ‘Gespreng’ tenslotte zijn figuren van de Kerkvaders (Ambrosius, Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote) opgenomen. Alle beeldhouwwerk is rijk beschilderd en voorzien van vergulding.

Hoe kwam men ertoe om zo’n buitengewoon kostbaar kunstwerk op het altaar te plaatsen? Hoe kwam het tot stand en hoe functioneerde dit? In dit artikel [3] schets ik het ontstaan en de ontwikkeling van dergelijke middeleeuwse retabels en ga na in hoeverre deze nog een weerklank vinden in de moderne altaarstukken van Hanneke de Munck en haar collega’s. [4]


BEELDEN OP HET ALTAAR

Middeleeuwse beelden waren meestal niet bedoeld als zelfstandige creaties, zoals de meeste moderne beeldhouwwerken. Vrijwel altijd waren ze opgenomen in een kleurige architecturale omgeving en speelden een rol in de liturgie of (privé)devotie. Vele houten sculpturen uit de Middeleeuwen maakten oorspronkelijk deel uit van altaarretabels. Een altaarretabel is een onderdeel van het kerkmeubilair en heeft een functie in de christelijke eredienst. Het retabel was in zijn oudste vorm een rechthoekig paneel dat achteraan op het altaar stond. De naam retabel is dan ook afgeleid van het Latijnse retro tabulam ofwel ‘aan de achterzijde an de tafel’. Het kon gedecoreerd zijn met reliëfs en bestond eelal uit steen of hout bekleed met edelmetaal, emails en edelstenen. [5] Daarbij moet worden opgemerkt dat de priester in de Middeleeuwen voor het altaar stond bij het opdragen van de mis, met de rug naar het volk. [6]

 

Aartsengel Michaël weegt de zielen tijdens het Laatste Oordeel - Rogier van den Weyden 1443-1451
Aartsengel Michaël weegt de zielen tijdens het Laatste Oordeel, Rogier van den Weyden, 1443-1451
Beaune, Musée de l’Hôtel Dieu (foto Van Vlierden)

 

Het altaar is de belangrijkste plaats in het kerkgebouw en staat in het centrum van de christelijke eredienst. In het christendom gelooft men dat de erfzonde over de mensen is gekomen doordat Adam en Eva in het paradijs van de boom der kennis van goed en kwaad hebben gegeten. Zij waren daartoe verleid door de duivel, daarom uit het paradijs verdreven en verloren het eeuwige leven. Christus, Gods Zoon, is aan het kruis gestorven en heeft middels dit kruisoffer de zonde van de mensen weggenomen. Wie hem navolgt en tijdens het Laatste Oordeel niet te licht bevonden wordt, kan het eeuwige leven in de hemel weer verwerven. Aan het altaar werd en worden tijdens de misviering het lijden, de kruisdood en de verrijzenis van Christus herdacht. Tijdens de eucharistie worden brood en wijn gewijd door de instellingswoorden die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal uitgesproken heeft: ‘Dit is mijn Lichaam, dit is de kelk an mijn Bloed’. Door de zogenaamde ‘transsubstantiatie’ veranderen tijdens de misviering het brood en de wijn in het lichaam en bloed van Christus. Christus vroeg zijn apostelen het Laatste Avondmaal tot zijn gedachtenis te herhalen. Het is dan ook afgebeeld op de predella van het grote retabel in e o a. In dit licht gezien is het niet verwonderlijk dat men het altaar en zijn omgeving in de Middeleeuwen (maar ook daarna) rijk decoreerde.

Het altaar staat op een podium met drie of vijf treden en bestaat uit een tafelblad of mensa die rust op een voet of stipes. In het altaar werden relieken geplaatst in de zogenaamde reliekenholte of sepulchrum (graf). Dit kon ofwel in het altaarblad zijn of in de stipes, die in de Middeleeuwen vaak de vorm had van een tombe. Een reliek is een overblijfsel van heiligen of een object dat met hen in aanraking is geweest en vormt de verbinding tussen het hemelse en het aardse. Via de reliek was de heilige aanwezig en kon zo door de gelovige om voorspraak en bijstand worden gevraagd. De heilige, die immers net als de gelovige ook zelf (zondige) mens was geweest, fungeerde als een intermediair tussen de gelovige en God. [7] Zonder relieken kon het altaar niet worden gewijd, een verplichting die nu niet meer bestaat. Het voorschrift is ontstaan uit de gewoonte in het vroege christendom om de eucharistie te vieren boven het graf van martelaren: zij die voor het geloof waren gestorven. Na het Edict van Milaan, waarin keizer Constantijn in 313 het christendom binnen het Romeinse Rijk erkende, stopten de christenvervolgingen en konden de christenen vaste plaatsen voor de eredienst inrichten. Deze gebouwen verrezen bij voorkeur boven het graf van een martelaar, dat een centrale plaats kreeg in de absis van de kerk. Boven dit graf werd het altaar opgericht.

 

Hoogaltaar in de St. Viktorsdom te Xanten (foto Van Vlierden-Ruesink)
Hoogaltaar in de St. Viktorsdom te Xanten (foto Van Vlierden/Ruesink)

 

Het gebruik om reliekschrijnen óp het altaar te plaatsen, een traditie die vanaf het eind van de negende eeuw bestond, lag mede aan de ontwikkeling van het altaarretabel ten grondslag. [8] Vanaf de negende eeuw ontwikkelden zich uit reliekschrijnen met edelmetaal beklede reliekbeelden. Via de reliek was de heilige aanwezig in de sculptuur en kon zo door de gelovige om voorspraak en bijstand worden benaderd. Ook zonder de (zichtbare) aanwezigheid van een reliek, was men in de late middeleeuwen overtuigd van de mogelijkheid met de heilige in contact te kunnen treden via het heiligenbeeld. In later eeuwen werden reliekschrijnen of -beelden in de retabels opgenomen. Deze ontwikkelden zich tot bakken die op het altaar geplaatst konden worden en werden gesloten met houten deuren, de zogenaamde ‘ leugels’. Een mooi en uitzonderlijk laat voorbeeld hiervan is het hoogaltaar van de St. Viktorsdom in Xanten uit de eerste helft van de zestiende eeuw, waarin reliekschrijnen zijn geplaatst rondom de twaalfde-eeuwse Grote St. Viktorschrijn.

Het ‘reliekenretabel’ werd vanaf de veertiende eeuw verdrongen door gebeeldhouwde retabels, met in het centrum figuren van Christus of Maria, geflankeerd door heiligen en apostelen. De vrijwel geheel vergulde sculpturen waren geplaatst in nissen in de retabelbak en werden overhuifd door eveneens vergulde baldakijnen. Aan het eind van de veertiende eeuw ontwikkelde zich daarnaast het verhalende retabel, waarin scènes uit het leven en lijden van Christus, Maria en heiligen werden weergegeven. Deze ontwikkeling culmineerde in de zestiende eeuw in zeer rijk bevolkte altaarstukken met vele afzonderlijke scènes en soms dubbele geschilderde of gebeeldhouwde leugels, zoals het bovengenoemde altaarretabel Levoča. Dit heeft op de vleugels en in de predella verhalende scènes en in de middenbak drie afzonderlijke heiligenbeelden.

NO COMMENTS

Why not leave a comment, if you can hardly resist the urge to do so?